Lezen en schrijven: vanzelfsprekend voor de één, een drempel voor de ander

Gepubliceerd op: 22 september 2026 10:17

Tussen de Regels

Tijdens de Week van Lezen en Schrijven zette de Zoomerij een onderwerp centraal dat vaak verscholen blijft: laaggeletterdheid. Theatermakers Andrea Diersen en Sophie Verburg lieten met een interactieve voorstelling voelen wat het betekent als lezen en schrijven niet vanzelf gaan. Het publiek dacht mee over herkenbare situaties uit het dagelijks leven: van een lastig formulier tot een gesprek op school of bij de huisarts.

Meer dan moeite met lezen

Laaggeletterdheid betekent niet dat je helemaal niet kunt lezen of schrijven. Wel kunnen taal, rekenen of digitale vaardigheden zoveel moeite kosten dat gewone dagelijkse dingen lastig worden. Een brief begrijpen, een formulier invullen, online bankieren of een kind helpen met schoolwerk kan dan veel spanning oproepen. “Ik denk dat je dan het gevoel krijgt dat je niet mee kunt doen,” aldus een bezoeker.

Schaamte maakt de drempel hoger

Die spanning gaat vaak samen met schaamte. Mensen ontwikkelen manieren om hun moeite met taal te verbergen: ze vergeten zogenaamd hun bril, nemen een formulier mee naar huis of vragen iemand anders om te schrijven. Oud-raadslid Marleen Noorland - betrokken bij de werkgroep Rheden Inclusief - herkende dat: “Er is veel schaamte en wegstoppen.” Daarom begint hulp bij vertrouwen: neem de tijd, luister goed en oordeel niet.

Eén op de vijf volwassenen

Laaggeletterdheid komt vaker voor dan veel mensen denken. Volgens Stichting Lezen en Schrijven hebben in Nederland ongeveer 3 miljoen mensen tussen 16 en 75 jaar moeite met lezen, schrijven en/of rekenen: ongeveer één op de vijf volwassenen. Het gaat om mensen met Nederlands als moedertaal (NT1), mensen die Nederlands als tweede taal leren (NT2), jongeren, werkenden, ouders en ouderen. In de gemeente Rheden heeft naar schatting 15% van de inwoners beperkte basisvaardigheden; 71% daarvan is NT1. Wethouder Cyril Weijers uit Rheden benadrukte dat duidelijke taal een gezamenlijke verantwoordelijkheid vraagt: “Je kunt heel makkelijk een mail sturen, maar heb je nagedacht over wat je precies schrijft? Is het begrijpelijk? Iedereen moet kunnen meedoen, dat vinden we belangrijk.”

Maak het bespreekbaar

Hoe herken je laaggeletterdheid? Let op kleine signalen: moeite met brieven, formulieren of mobiel bankieren; geen e-mailadres hebben; afspraken verkeerd noteren; negatief praten over school; of smoesjes gebruiken wanneer iemand iets moet lezen of schrijven. Een klantcoach van Incluzio vatte een belangrijke les samen: “De tijd nemen en bepaalde signalen oppikken.” Maak laaggeletterdheid ook bespreekbaar. Zoals een docent Nederlands zei: “Het moet eigenlijk een normale vraag zijn. Hoe zit het met lezen en schrijven?”

Een veilige plek om te oefenen

Het Taalhuis Veluwezoom in de Zoomerij is een laagdrempelige plek waar mensen zich welkom voelen. De bibliotheek opent haar deuren voor activiteiten, digitale hulp, oefenmateriaal of een gesprek. De Rhedense wethouder noemde dat belangrijk: “Mensen moeten zich welkom voelen, ook als ze nog niet precies weten met welke vraag ze komen.” Via het Taalcafé, vrijwilligers en taalcoaches krijgen mensen ruimte om te oefenen en vertrouwen op te bouwen. Een vrijwilliger van het Taalcafé zei daarover: “In eerste instantie gaat het om ontmoeting, om een veilige basis creëren en om gezelligheid. Van daaruit kan er iets ontstaan.”

De voorstelling liet zien dat laaggeletterdheid geen individueel probleem is, maar een gezamenlijke opdracht. Gemeente, organisaties en inwoners kunnen samen drempels verlagen door duidelijke taal te gebruiken, signalen serieus te nemen en het gesprek voorzichtig te openen. Het is geen taboe. Iedereen verdient een kans om mee te doen.